Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? (2011)

 

Een aantal teksten uit de bijbel laten diepere sporen na dankzij bepaalde personen die er uitleg bij gaven of deze verbonden met hun levensgetuigenis.

Volgens het oude Latijnse missaal werd op 1 februari het feest gevierd van Sint Ignatius van Antiochië.  Dit feest is nu verplaatst naar 17 oktober.  Het epistel was toen een lezing uit de Romeinenbrief met de stelling van Paulus dat niets ons kan scheiden van Christus.

In het Leo XIII-seminarie  kwam Mgr. Sloskans een voordracht geven aan de seminaristen.  Het was de vooravond van het feest van Sint Ignatius.  Mgr. Sloskans (1893-1981) was in het geheim bisschop gewijd in Rusland in 1926.  Hij heeft er nauwelijks een jaar als bisschop kunnen werken en werd in 1927 aangehouden.  In ruil voor een Russisch spion werd hij vrijgelaten, maar werd uit zijn land verbannen.  Hij kon naderhand toch Letland bereiken en een tijdlang in Riga werken.  Bij de tweede Russische inval van zijn land in 1944 werd hij opnieuw aangehouden en naar Siberië gevoerd.  Hij kon vluchten en kreeg na een aantal omzwervingen in 1947 een onderkomen in de Leuvense abdij Keizersberg.  Hij was een heel ascetisch iemand.  De West-Vlaamse priester Roger Vanhopplinus (1925-1995) was heel goed met hem bevriend. 

 

Bisschop Sloskans vertelde hoe wantrouwig de christenen tijdens de vervolgingen moesten zijn tegenover elkeen, zelfs tegenover huisgenoten.  In zijn voordracht citeerde hij de tekst van Paulus uit de Romeinenbrief om zijn groot vertrouwen te verwoorden in God.  Hij overleed te Leuven op Stille zaterdag 18 april 1981.  In september 1993 is zijn lichaam overgebracht naar Letland, waar het nu rust in het nationaal heiligdom Agona op 270 km. van Riga.  Op het gedachtenisprentje dat in Leuven werd uitgereikt stond de tekst die hij gekozen had bij zijn bisschopsjubileum.  Het is de tekst van Paulus, die we horen op de achttiende zondag door het leesjaar A.  “Noch dood , noch leven, geen macht uit de hoge of inde diepte kan ons scheiden van de liefde Gods, die is in Christus Jezus onze Heer” (Rom., 8,38).

Met die tekst sluit Paulus een belangrijk deel af in zijn brief aan de Romeinen.  Hij heeft in een lange uiteenzetting gesproken, ja gezongen over de rechtvaardiging in Christus.  Paulus legde daarin een indrukwekkend en vreugdevol getuigenis af van de hoop, die hem draagt.  De gerechtigheid hangt niet af van onze eigen volmaaktheid of prestaties, maar van onze genadige aanvaarding door God in Jezus Christus.  Dat is de kern van de blijde boodschap die Paulus bracht.  Peter Schmidt vat deze Paulinische boodschap zo samen: “Nù pas kan Paulus zeggen dat de mens echt vrij is; vrij van zichzelf,  om zich op de liefde en de kracht van God te verlaten.  Maar pas in deze vrijheid kan de mens ook echt hopen.  Hoop, niet als een angstige onzekerheid, maar als een blijde en vertrouwvolle verwachting.  Want de gelovige weet dat God hem aanvaard heeft en dat hij, met Christus, zal delen in de heerlijkheid Gods.  Nogmaals, niet omdat hij het zelf klaargespeeld heeft – indien het dààrvan afhing ware het leven pas hopeloos! -, maar omdat God radicaal en definitief voor hem heeft gekozen.  En nu pas kan de mens vrij leven: niet geketend aan de slavernij van de prestatiedrang, niet in een leven dat gedegradeerd is tot een soort van geestelijke Olympische spelen waarin alleen de kampioenen het halen, maar in de vrijmoedigheid van een zoon die, één met de erfgenaam Jezus Christus, ook zelf zal delen in de erfenis die aan de afstammelingen van Abraham, de vader van alle gelovigen, beloofd werd.  Heel  de schepping is trouwens geroepen om uit de slavernij verlost te worden en te delen in de glorierijke vrijheid van Gods kinderen(Rom. 8, 19-22- (P. Schmidt, Inleiding tot Paulus, p. 91-92).

 

Wie weet dat God voor hem gekozen heeft, wie omwille van Christus weet dat hij door God aanvaard is, kan bevrijd leven van zijn angst.  Waarom zou God, die ons reeds zijn zoon – de hoogste liefde gave – heeft geschonken, ons andere – en minder – gaven willen onthouden?  En wie zό vrij geworden is dat ook zijn eigen kracht of succes hem niet meer ketent, weet dat niets, geen tegenmacht of zwakheid of mislukking hem nog kan scheiden” (Ib.).  Tegen deze achtergrond kan Paulus uitroepen: “Als God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn?  Hij heeft zelfs zijn eigen zoon niet gespaard”. 

Het lijden dat Paulus opsomt, is geen theoretische opsomming.  Wat hij opsomt, komt overeen met wat hij zelf tijdens zijn leven al had meegemaakt aan beproevingen en tegenkantingen.  Het is te concretiseren met zijn verhalen in zijn andere brieven zoals in 1 Kor. 4,8-16; 2 Kor. 4, 7-12; 6,4-10; 11,23-29; Fil. 10-20).  Niet alleen Mgr. Sloskans, maar veel christenen hebben moed geput uit de woorden van Paulus.  Ze blijven dit doen.  Dat deed ondermeer Dietrich Bonhoeffer (1906-1945) wanneer hij het gebed van vertrouwen schreef, waarmee we elke nieuwe dag kunnen beginnen:

 

Door goede machten trouw en stil omgeven,
behoed, getroost, zo wonderlijk en klaar,
zo wil ik graag met u, mijn liefsten, leven,
en met u ingaan in het nieuwe jaar.

 In goede machten liefderijk geborgen
verwachten wij getroost wat komen mag.
God is met ons des avonds en des morgens,
is zeker met ons elke nieuwe dag.