Evangelieprikje 2014

"Mag men belasting betalen aan de keizer of niet?" Als Jezus "ja" antwoordt, dan loopt Hij het risico als landverrader versleten te worden. Antwoordt Hij "neen", dan kan Hij door de Romeinen als oproerkraaier gezien worden. Om niet in die open val te lopen, antwoordt Jezus met een andere vraag en besluit samen met Zijn vraagstellers dat men aan de keizer moet geven wat de keizer toekomt en aan God wat God toekomt. Aan de keizer is dat het geld dat zijn beeltenis draagt. Aan God is dat dan diegene die Zijn beeltenis draagt. Als we dit verhaal combineren met het scheppingsverhaal, dan kunnen we antwoorden dat de mens beeld van God is en dat de mens dus aan God toekomt. Maar wat betekent dat?

Het kan betekenen dat de mens aan God toebehoort. Dat kan al goed nieuws zijn voor veel mensen die vandaag toebehoren aan bezit, macht, drugs, prestatiedrang, ... Het betekent geenszins dat de mens slaaf van God wordt, want het scheppingsverhaal leert ons ook dat God wil dat de mens een vrij wezen is, met alle gevolgen vandien. Toebehoren is hier te begrijpen als een echtpaar dat elkaar toebehoort: een relatie gebouwd op sterk vertrouwen, waar elk zichzelf mag en kan zijn. In die zin is toebehoren aan God je gedragen weten door die God, maar ook je leven ten dienste stellen van die God. Behoren wij in die zin toe aan God? Alvast een vraag die het overwegen waard is.

Maar misschien wil dit verhaal wel dieper gaan. Als elke mens beeld van God is, kunnen we de vraag stellen of we elke mens geven wat hem of haar toekomt? Herkennen wij in elke mens het beeld van God? Met andere woorden: benaderen wij elke mens als was het God zelf? Vooraleer we daar op antwoorden mogen we de evangelische voorkeursliefde voor mensen aan de rand, voor armen, voor uitgestotenen niet vergeten. Hoe zouden we staan tegenover een kind wiens ouders nog geen deftig huis konden vinden om hun kind geboren te laten worden? Zou het ons niet storen dat het kind stinkt naar de uitwerpselen van de schapen, zouden we God daar ooit gaan zoeken? Herkennen we God ook in het gelaat van de met Ebola-besmette Afrikaan, in de ogen van een Aids-kind, in de eenzaamheid van een echtgescheidene, ... Is onze Kerk door al haar regeltjes geen eliteclub geworden voor naar kerkelijke normen politiek-correcte mensen?  

Even belangrijk als de vraag of ELK mens krijgt wat hem toebehoort is de vraag WAT elke mens toebehoort. Ik hoef er u wellicht niet op te wijzen dat de mening van mensen en de mening van God hierbij wel verschillend is. God heeft de mens onvoorwaardelijk lief, bij de mensen zijn er vaak toch wat voorwaarden. Iemand die iets verkeerd gedaan heeft, moet gestraft worden, volgens de mensen. Als we Jezus mogen geloven, dan vindt God dat ieder mens een tweede of derde of ... kans verdient. Als we de mens willen geven wat hem toebehoort, dan is het misschien gewoon het goede nieuws dat er een God is die hen graag ziet, wie ze ook zijn, wat ze ook doen. De mens geven wat hem toebehoort wordt dan: het evangelie verkondigen in woorden en daden. Is dat niet wat de Kerk missie noemt? Wat is missie anders dan met je leven getuigen van de Blijde Boodschap waarvan je leeft? Dat is geen kwestie van zieltjes winnen.  Als je echt gelukkig bent, dan wil je dat geluk delen met anderen. Iemand die verliefd is kan daar toch ook niet over zwijgen? Zo is het ook met het geloof: als geloof echt belangrijk is in je leven, als het je vaste grond onder de voeten is, dan wil je dat delen met anderen. Dat delen gebeurt door het zelf voor te leven, niet door wapens op een ander te richten. Dat laatste is een fout die de Kerk in het verleden helaas begaan heeft. Het jammere is dat de mens niet leert uit de geschiedenis en zo zie je dan hoe bijvoorbeeld IS dezelfde fout maakt. Dat getuigen van je geloof gebeurt dus niet met wapens, maar gewoon met hoe je in het leven staat. Staan wij in het leven zoals Jezus ons voorgeleefd heeft? Uiteraard niet helemaal, maar proberen we het op zijn minst? Een belangrijke vraag want getuigen van ons geloof is niet iets bijkomstig, het is een van de kerntaken van elke gelovige. Een Kerk die niet meer missionair is, lijkt gedoemd om uit te sterven. Wie wil aansluiten bij een geloofsgemeenschap die niet meer durft getuigen van zijn geloof? Als wij niet getuigen van ons geloof, als mensen niet aan ons zien dat we leven vanuit het evangelie, wat zegt dat dan over ons geloof? Dat het maar bijkomstig is, niet belangrijk? Dat het iets is wat louter in onze privé-sfeer thuishoort? Dus: Kerk, word waartoe je geroepen bent: missionair en geef dus elke mens – in alle vrijheid – wat hem toebehoort: het goede nieuws vanwege God.