Voorloper en profeet (2005)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 121 niet laden
Reeds voor de tweede zondag wordt Johannes de Doper in het evangelie ten tonele gevoerd. Hij is na Maria een tweede adventsfiguur. Hij is de laatste profeet van het Oude Verbond, in een tijd toen er geen profeten meer opdaagden. - Wij ontdekken bij elke profeet twee bewegingen:

1. Een eerste beweging is dat de Doper ‘optrad'. Hij kwam naar voren. In soberheid, met een kemelharen kleed en een lederen gordel om zijn lendenen, gevoed met sprinkhanen en wilde honing (Mc 1,6). Zwak als een riethalm door de wind bewogen. Maar de wind is de Geest die beweegt. Later zal Jezus van hem zeggen: "Meer dan profeet. Hij is het over wie geschreven staat: Zie Ik zend mijn bode voor u uit, die de weg voor uw komst zal bereiden." (Lc 7,27). Dat had zijn vader Zacharias reeds gezongen: "En gij, kind, zult profeet genoemd worden van de Allerhoogste, want gij zult aan de Heer voorafgaan en zijn wegen bereiden." (Lc 1,76). Hij was de ‘Voorloper'.

Een profeet is een spreekbuis van God. Hij was de stem van iemand die roept in de woestijn, plaats waar niemand je hoort (Mt 3, 3). Maar velen vonden hem daar: vanuit Judea en Jeruzalem. Hij spoorde aan tot boete, en doopte er een doopsel van bekering (Mc 1,4-5). Leerlingen kwamen zich bij hem aansluiten, die hij leerde bidden (Lc 11,1). Tollenaars bekeerden zich en lieten zich door hem dopen (Lc 7,29). Jezus sloot zich bij hen aan om gedoopt te worden, hoewel Hij zonder zonde was (Mc 1,9). Zelfs de viervorst Herodes luisterde graag naar hem, en geraakte telkens in gewetensstrijd (Mc 6,20). Ook Farizeeën en Sadduceeën kwamen om gedoopt te worden, maar hij ontmaskerde hun schijnheiligheid (Mt 3,7-12). Priesters en levieten kwamen - doch niet om zich te bekeren - wel met de uitdagende vragen wie hij wel was ? (Joh 1, 19-24). Een omstreden figuur.

Johannes de Doper trad op als een nieuwe Elia, die eertijds ondanks alle dreiging en vervolging opgekomen was voor het zuivere godsgeloof, tegen het heidense verval dat toen uit het Noorden kwam. Daarom zal Jezus later zeggen dat in hem Elia al gekomen was, maar dat men hem niet heeft herkend (Mt 11,14; 17,12-13).- En hierin erkennen we de ware profeten: ze behoren meestal tot een minderheid, durven tegen de stroom in te gaan, ervaren weerstand en vervolging.

* Ook vandaag. Zij vrezen geen kritiek. Ze gaan in tegen wat wij de publieke opinie noemen. Tegen de leugen, die op grote schaal de samenleving verblindt. In de grote witte mars in Brussel was op een spandoek een citaat van Einstein te lezen; "De wereld is niet verloren omwille van hen die kwaad doen, maar omwille van hen die toekijken en laten gebeuren." En Kard. Balland in Lyon: "Het mag niet dat men over 20 jaar vergiffenis zal moeten vragen voor ons stilzwijgen vandaag."

2. Er is ook een tweede beweging. De ware profeet trekt zich terug om alle plaats te geven aan wie hem gezonden heeft. Hij zoekt zich zelf niet, zoekt niet zijn eigen succes. Hij veegt zichzelf uit. Hij staat onthecht, arm en belangloos, in dienst van de boodschap, in trouw aan God die hem zendt. We hoorden het daarnet: "Er trad een mens op, een gezondene van God... Hij kwam om te getuigen van het Licht opdat allen tot geloof zouden komen. Niet hij was het Licht, maar hij moest getuigen van het Licht." (Joh 1,7-8) - Jezus getuigde van hem: " Hij was de lamp, ontstoken om te verlichten, en een korte tijd hebt gij u in zijn licht willen verheugen..." (Joh 5,35). Zijn licht was een lamp, klein en voorlopig. Het ware Licht dat iedere mens verlicht, Christus, moest nog komen.

Aan degenen die om zijn identiteit kwamen vorsen en naar de reden waarom hij doopte, zei hij duidelijk en onomwonden: "Ik ben de Messias niet" (Joh 1,20; 3,28). "Ik doop met water, maar onder u staat Hij die gij niet kent. Hij die na mij komt, Ik ben niet waardig de riem van zijn sandalen los te maken." (Joh 1, 26-27) - En verder: "Achter mij komt een man die voor mij is, want Hij was eerder dan ik." (Joh 1,30) - "Hij is sterker dan ik." (Mt 3,11) - "Hij is het die doopt met de heilige Geest en met vuur" (Mt 3,11; Mc 1,8; Joh 1,33). - "Deze is de Zoon van God." (Joh 1,34)

Ooit zei Jezus over hem: "Onder die uit vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan, groter dan Johannes de Doper. Niettemin is de kleinste in het Rijk der hemelen groter dan hij."(Mt 11,11). Hij mocht het Rijk aankondigen, zonder het te kennen, zoals Mozes stierf zonder het beloofde land te betreden. Jezus heeft zijn zending bezegeld met wondertekenen; de Doper heeft geen enkel mirakel gedaan. Opvallend valt het feest van zijn geboorte op 24 juni, als de dagen beginnen te verkorten. En Kerstmis valt op 25 december, als de dagen langer worden: het rijzende Licht. - Denk aan zijn uitspraak: " Hij moet groeien, maar ik moet verminderen." (Joh 3,30)

* De geloofsgemeenschap heeft mensen nodig die niet zichzelf centraal stellen, maar Christus. Juist ons eigen belang, de verafgoding van ons eigen voelen en denken, de geraffineerde zorg om ons eigen succes,... staan zijn komst in de weg. De advent is ruimte maken voor Hem. Amen.