3e zondag in de advent (2002)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden
In het evangelie van vandaag gaat het om Johannes de Doper, je kunt zeggen: de laatste profeet van het Oude Testament. Hij wordt ook genoemd de voorloper van Jezus van Nazaret, de eerste en grootste profeet van het Nieuwe Testament.
Profeten zijn mensen die hun stem verheffen tegen alles wat in hun ogen niet deugt, onverschillig over wie het gaat. Profeten ontmoeten haast altijd veel onbegrip en tegenwerking, want niemand wordt graag op zijn vingers getikt, zeker niet als het gaat om hoogwaardigheidsbekleders.
Profeten zijn met hun uitspraken vreselijke lastposten, zeker in de ogen van hen die door hen bekritiseerd worden, en heel dikwijls zijn dat personen die zich op een bepaalde manier boven de wet verheven voelen. Heel vaak krijgen profeten dan ook te horen: wat verbeeld je je wel, wie denk je wel dat je bent dat je dit soort dingen zeggen kunt. Maar gelukkig zijn er alle tijden wel profetische mensen geweest, zonder hen zou het er slecht uitzien in onze wereld.
Ook onze tijd kent zijn profeten, op allerlei gebied. een van hen wil ik hier noemen: de heer Fred Spijkers. Voor mij is hij een soort Johannes de Doper in onze tijd Fred Spijkers was een medewerker van het ministerie van defensie. In 1984 kwam de mijndeskundige Ovaa om het leven bij zijn werk. Hij vond de dood toen een mijn voortijdig ontplofte. Bij de toenmalige legerleiding was het bekend dat het hier ging om een zeer onveilig soort mijnen.
Fred Spijkers kreeg de opdracht om de weduwe te gaan vertellen dat haar man door eigen falen om het leven gekomen was. Hij weigerde mee te werken aan deze misleiding en toen begon een jarenlange juridische strijd met defensie die alles in de doofpot wilde stoppen.
Pas na jaren kwam er een eind aan deze onverkwikkelijke zaak. Fred Spijkers begon op eigen houtje een diepgaand onderzoek, hij verloor zijn baan. Wat verbeeldde hij zich wel, hij had het recht niet tegen zijn superieuren in te gaan en men probeerde zelfs hem krankzinnig te laten verklaren. Ik heb grote bewondering voor die man.
Hij had de moed om zijn stem te verheffen tegen onrecht anderen aangedaan en ondanks alle tegenwerking, gaf hij niet op. Echt een profeet in onze tijden en zo zijn er nog een heleboel meer, in de wereld, in de maatschappij, ook in de kerk. Ze worden ook wel klokkenluiders genoemd, mensen die de noodklok luiden als zij mistoestanden zien, en oneerlijkheden signaleren.
Zij vormen op allerlei gebied het geweten van de gemeenschap. Zij zijn een luis in de pels van hen die zich onaantastbaar voelen. Zij knagen aan de gewetens van hen die het niet zo nauw nemen met rechten van medemensen. met eerlijkheid en rechtvaardigheid. Het gaat daarbij niet om eigen gelijk voor eigen eer en glorie, het gaat hun om het welzijn van heel de samenleving, juist ook van mensen die gemangeld dreigen te worden door degenen voor wie alles wijken moet voor hun positie, hun belangen.
In een interview op de radio zei Fred Spijkers: De meeste ambtenaren op defensie stonden achter hem maar een kleine top was bang voor hun positie en die deed alles om zelf maar op veilig te spelen. Dat is maar al te vaak de werkelijkheid.
Profeten zijn lastige mensen, voor hun tegenstanders, maar evenzeer voor zichzelf en hun naaste omgeving. Ze zijn soms roependen in de woestijn, ze roepen en roepen maar niemand luistert. Ze worden soms hardhandig tegengewerkt door de gevestigde orde, ook in onze tijd worden profeten vaak monddood gemaakt, niet alleen in landen elders in de wereld, het voorbeeld van Fred Spijkers geeft aan dat het ook in ons land geprobeerd wordt.
Profeet zijn is een rot baan en niemand kiest die baan, maar door omstandigheden kun je er wel toe geroepen worden. Je kunt in situaties terecht komen waarvan je geweten zegt: hier mag ik niet zwijgen, hier mag ik niet de andere kant opkijken, hier moet ik tegen protesteren, wat ook de consequenties zijn. Profeet zijn, we kunnen er bij tijd en wijl allemaal toe geroepen worden, meestal in kleine zaken, maar soms misschien ook in ernstige zaken. Dat we dan de moed hebben om onze nek uit te steken, zeker als het gaat om het welzijn van anderen.