3e zondag in de advent (2005)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden
In België is pater Damiaan uitgeroepen tot de grootste Belg aller tijden. Damiaan de Veuster is bekend geworden als de priester van de melaatsen op het eiland Molokai, in de buurt van Hawai in de grote Oceaan. Van alle eilanden in de buurt werden de melaatsen gedumpt op Molokai waar ze in de meest erbarmelijke omstandigheden moesten leven. Daar wilde pater Damiaan naartoe, om die mensen bij te staan, in die hun erbarmelijke leefomstandigheden. De uitzichtloze ziekte met zijn afschuwelijke misvormingen was al erg genoeg, maar uitgespuugd worden door de gemeenschap was nog erger.
Van 1873 tot 1889 heeft hij daar enorm veel goed werk verzet om het lot van deze mensen te verzachten en te verbeteren. Door hem kreeg de wereld aandacht voor hun leefsituatie en werd er van alle kanten steeds meer hulp geboden om hun een menswaardig bestaan te bieden Zelf werd hij ook door deze ziekte besmet, maar hij bleef, als melaatse met de melaatsen, zijn werk doen tot vlak voor zijn dood. In 1995 is hij zalig verklaard.
Pater Damiaan kun je waarlijk een messiaanse mens noemen, een man die de droom van een messias die de wereld beter maakt, op heel bijzondere manier heel concreet heeft ingevuld.
Die messiaanse droom leefde heel sterk in het Oude Testament toen het joodse volk moeilijke tijden doormaakte en in ballingschap verbleef. Toen droomde men ervan dat God iemand zou zenden die hen zou redden uit de hand van hun vijanden en hun een nieuwe toekomst zou schenken.
Johannes de Doper had die droom, die hoopvolle verwachting ook en in Jezus, de profeet van Nazaret herkende hij die beloofde messias.
En de evangelieverhalen vertellen ons hoe Jezus de mensen beter maakte, beter wat betreft hij gezondheid, hij genas zieken en gehandicapten, maar nog veel meer dat hij mensen beter maakte wat betreft hun manier van leven, hun omgang met elkaar. Hij riep iedereen op om bij te dragen aan een betere wereld door zijn weg van dienstbaarheid en zorgzaamheid te gaan, juist ook jegens mensen die geen leven hadden op welke manier dan ook.
Jezus was dé Messias, dé gezondene van God, maar hij is niet de enige. Er zijn in de geschiedenis veel bijzondere mensen geweest die veel hebben bijgedragen aan een betere wereld, aan betere mensen. Pater Damiaan was zo'n messiaanse figuur in zijn zorg voor de melaatsen. Moeder Teresa was dat eveneens in haar zorg voor de armen.
Nelson Mandela mag je ook gerust een messiaanse mens noemen, want ondanks alles wat hij had meegemaakt in de jaren van gevangenschap, wees hij als president heel duidelijk de weg naar verzoening, de weg ook naar een betere samenleving in Zuid Afrika. Iemand als Mahatma Gandhi kun je ook zo'n messiaanse mens noemen in zijn streven om langs de weg van geweldloosheid vrijheid en zelfstandigheid voor zijn volk te bereiken.
Zo zijn er natuurlijk nog veel meer messiaanse mensen, in het groot en in het klein, bekend en onbekend. En als wij zeggen te geloven in Jezus' boodschap, als wij zijn weg willen gaan, dan moeten ook wij messiaanse mensen zijn, mensen die niet alleen dromen van een betere wereld, maar er ook heel concreet aan werken, ieder naar zijn eigen mogelijkheden.
Als je praat over messiaanse mensen, dan klinkt dat erg verheven, als iets dat heel ver weg ligt van ons gewone leven. Maar al die mensen die vrijwilligerswerk doen in een ziekenhuis, verpleeghuis, verzorgingstehuis, in een vereniging, in een parochie hebben iets van een messias in zich. En al die mensen die mantelzorg verlenen jegens zieke familieleden, of die op een andere manier zich dienstbaar maken aan medemensen, ze hebben allemaal iets van een messias in zich. Ze zeggen wel eens van iemand: hij of zij heeft veel goeds gedaan. Dat is messiaans, want door hun toedoen werd het voor anderen wat beter.
We gaan binnenkort weer kerstmis vieren, de geboorte van de messias Jezus. De materiele voorbereidingen op dit feest zijn al in volle gang. Maar we moeten ons ook geestelijk voorbereiden met de vraag: hoe kan ik een beetje messias zijn voor de mensen om mij heen, hoe kan ik iets goeds voor hen doen en betekenen, zodat zij er een beetje beter van worden.