Kan het u niet schelen dat wij vergaan? (Mc 4,35-41)

Kunnen we vergaan met God aan boord? “Neen”, zegt de evangelist Marcus. Hij vertelt ons het verhaal van de storm. Op het meer van Genesareth kan het zwaar stormen, zowel in de tijd van Jezus als ook nu. Met zijn verhaal geeft Marcus steun en vertrouwen aan de beginnende groep christenen, wanneer ze vervolgd worden en de zware schok meemaakten tijdens de vernietiging van Jeruzalem en de verwoesting van de tempel. Met zijn verhaal steunt hij de christenen nu. Voor een aantal is de pandemie als een storm geweest. Al meer dan een jaar horen we elke dag het aantal overlijdens in eigen land wegens corona. Wereldwijd is het aantal overlijdens hoog. Het en der hebben mensen gevraagd waar God was en is tijdens deze storm.

De corona-pandemie tast de verhouding aan tot onszelf, tot de anderen, ja tot God. Covid raakt immers aan wat zo fundamenteel is voor de mens, zijn adem (Michael Böhnke Bonn - 30.04.2021 Katholisch.de)

Vele stormen

De pandemie is niet de enige ervaring waarvoor wij het woord storm gebruiken. Waar er een ongeluk gebeurt, waar mensen lijden, waar mensen scheiden lijkt het op een storm.

Het boek Job uit het Oude Testament is het verhaal van een storm in het leven van een goed mens die over de ganse lijn gekraakt wordt. Hij is alles kwijt, pijn in ziel en lichaam, een omgeving die hem beklaagt of zelfs beschuldigt. Een storm is zo groot dat een mens aan God zou twijfelen. Waarom geboren worden? Waarom leven schenken aan kinderen die er niet om vragen?

Hoe gaan God en lijden samen? Waar was hij in Auschwitz, waar is hij wanneer onschuldigen lijden? Waar staan we als alles is afgepakt en enkel nog een vermorzeld hart in ons klopt ((Daniel 2)? Het is niet omdat wij op God vertrouwen dat wij geen lijden zouden kennen. Jezus stierf op het kruis. Hans Küng gaf op deze vraag dit beknopte antwoord: ”Gottesliebe bewahrt nicht vor allem Leid, aber in allem Leid. “ „Gods liefde beschermt ons niet tegen het lijden, maar in elk lijden.“

Het woord” vergaan” heeft als trefwoord bijbehorende synoniemen. In samenhang met een vaartuig duidt het op schipbreuk lijden, stranden, zinken.

Varen is in alle tijden gevaarlijk geweest. De profeet Jonas ondervond het wanneer het schip in de storm terecht kwam en hij in zee werd geworpen. De kleine bootjes zijn gigantische schepen geworden, ook zij kunnen vast geraken. Het aantal bootvluchtelingen neemt nog altijd toe. Een veertigtal zijn gered bij de kust van Oostduinkerke, Honderden kwamen vanuit ¨Marokko in Spanje en werden vandaar teruggestuurd. Wie redt hen uit de greep van mensenhandelaars en geeft hen een veilige toekomst? De Psalmisten waarschuwen voor Leviathan (Job 26:13; Psalm 74:13-14).

In Gods handen

Kunnen we “ver”- gaan, hunnen we “ver” varen met God aan boord? “Ja”, zegt de evangelist Marcus “Ja”, belijden de gelovigen. Ja, een leven lang tot we aankomen in de veilige thuishaven, die God is. We geloven dat we in Gods handen zijn.

“In Gods handen”, het is een Bijbelse uitdrukking “Al zou een moeder haar kind

vergeten, Ik vergeet u nooit; in mijn handpalm heb Ik u geschreven” (Jesaja 49, 15-16).

Gorch Fock, een Duitse dichter vertrok in 1916 met een oorlogsschip. Bij het afscheid had hij aan zijn moeder gezegd: „Ich kann nicht tiefer fallen als in Gottes Hand. “

Dit is een woord dat een aantal gelovigen hem nagezegd hebben. Zelf heb ik dit hoopvol woord het eerst gehoord in het Duits tijdens een internationale studieweek, ingericht in Königstein, waar zich de internationale dienst bevindt van Kirche in Not, vroeger Oostpriesterhulp. Een van de sprekers tijdens de bijeenkomst van 1957 was Oswald Von Nell –Breunig; De titel van zijn voordracht en van een kleine brochure was Welt im Umbruch, de wereld in verandering en ommekeer met als ondertitel Gefährdung und Selbstbehauptung des Menschen. (bedreiging en zelfaffirmatie van de mens).

De spreker was socioloog, jezuïet. Na een overzicht van de toen aan de gang zijnde ontwikkelingen in de technologie en in de maatschappelijke veranderingen, sprak hij over de zorg voor innerlijke rust en een vorm van gelatenheid en innerlijke afstand. Hij verwees naar het gekende woord van Sint Augustinus: “Heer, wij zijn door u geroepen, voor u geschapen. Onrustig is ons hart tot het rust vindt bij u.” Hij haalde een woord aan van een protestantse collega, wiens zoon in een diepe ravijn was gevallen. De pater drukte zijn medeleven uit. Hij zei aan de vader dat hij voor zijn verongelukte zoon aan het altaar had gebeden. De prof uit München dankte hem hartelijk en zei: “Er kann nicht tiefer fallen als in Gottes Hand.”

Wanneer Margot Kässman, die bisschop was in de evangelische kerk, afscheid nam, getekend door enkele zware tegenvallers, haalde ze hetzelfde woord aan. „Mir gibt es Trost zu wissen, dass man nie tiefer fallen kann, als in Gottes Hand."

Van Rilke is een herfstgedicht bekend over het vallen van de blaren en waarin het beeld van Gods hand aanwezig is. Rilke was vertrouwd met het atelier van Rodin in Parijs en diens mooi beeld van de handen.

Herbst

Die Blätter fallen, fallen wie von weit,
als welkten in den Himmeln ferne Gärten; 
sie fallen mit verneinender Gebärde.

Und in den Nächten fällt die schwere Erde
aus allen Sternen in die Einsamkeit.

Wir alle fallen. Diese Hand da fällt.
Und sieh dir andre an: es ist in allen.

Und doch ist Einer, welcher dieses Fallen
unendlich sanft in seinen Händen hält

De blad ’ren vallen, vallen als van ver
als sterven in de hemel verre gaarden;
ze vallen met ontkennende gebaren.
 
En in de nachten valt de zware aarde
de eenzaamheid in, weg van elke ster.
 
Wij allen vallen. Deze hand hier valt.
En welke je ook ziet: het is in alle.
 
En toch één is er die dit vallen
oneindig zacht in handen

Wie is hij toch?

Bij M arcus is het verhaal over het stillen van de storm vooral geschreven om het groeiend geloof van de leerlingen in Jezus te bevestigen. Zijn aanwezigheid en nabijheid in de storm, de rust die hij brengt, verdiept hun geloof en doet hen de vraag stellen naar de krachten die Jezus bezit. “Wie Hij toch, dat zelfs wind en water naar Hem luisteren?”

 

Wie is hij toch die ons leidt doorheen de gevaren? Zo roept Marcus met zijn verhaal de macht op die Jezus ontvouwt in zijn strijd tegen de machten, die woelen in zijn diepste zijn. De genezingen waarover Marcus later vertelt, wijzen op de strijd tegen het kwaad dat de mensheid aantast.

“Ce récit évoque la puissance que Jésus déploie dans son combat contre les forces déchainées de son être profond (v. 41). Les guérisons qui suivent mettent l’accent sur la dimension morale du mal qui gangrène l’humanité” (Bible pastorale).

******************                                                                 

Gij kunt niet dieper vallen
dan louter in Gods hand
waarmee zijn heil ons allen
barmhartig ondervangt.

Ooit monden alle paden
door schade, schuld en dood
toch uit in Gods genade
hoe groot ook onze nood.

Wij zijn door God omgeven
ook hier in ruimt’ en tijd
en zullen in Hem leven
en zijn in eeuwigheid.

Tekst: Arno Pötzsch/ Vertaling: Hans Mudde