De weg van God

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Via een plechtig begin horen we over de activiteiten van Johannes de Doper. Oorspronkelijk was dit de opening van het evangelie van Lucas, en het lijkt voor de goede hoorder louter slecht nieuws te bevatten.
Wat valt er te horen? Een corrupte dictator, keizer Tiberius, regeert met harde hand. Het Romeinse bezettingsleger staat onder commando van een uit het centrum van de macht wegge-promoveerde bevelhebber, Pilatus. De plaatselijke collaborerende marionet is Herodes. De verraderlijke en onbetrouwbare gods-dienstige leiders zijn Annas en Kajafas. Twee zelfs, terwijl er slechts een nodig was. De onderdrukte bevolking is doodarm vanwege hoge belastingen aan tempel en bezettingsmacht. Het is een heel beroerde tijd.
Uit die ellende is Johannes weggetrokken de woestijn in, zoals velen deden toentertijd. Ze leiden daar geen gemakkelijk leven, maar zijn tenminste vrij. Johannes is beeld van veel mensen ook in onze tijd. Men trekt zich terug op eigen erf of vlucht weg.
In verband hiermee moet ik denken aan een film, die ik lang geleden ooit zag: Grazige weiden. Daarin werd een beeld van de hemel gegeven met God als een oude pastoor en engelen als misdienaars, die Hem vanaf de aarde allerlei rampzaligs melden. Naast de troon staat Gabriël en bij ieder bericht zegt hij: 'Mag ik nu het signaal laten klinken? Zullen we er nu een eind aan maken?' En steeds weer duwt God met een eindeloos geduld de bazuin naar beneden. 'Gabriël, dit is niet mijn antwoord.' En dan ontvouwt zich Gods kijk op de situatie.
Hij vindt in een uithoek, bijna onzichtbaar in de woestijn, Johannes. Die wordt van daar weggeroepen, terug in de wereld, waaruit hij was weggetrokken. Hij wordt toegerust met het woord van God en met een doopsel van bekering. Hij Iaat de mensen van zijn dagen zien en voelen, dat vluchten in een klein bestaan, hoe verleidelijk ook, niet past en geen zin heeft. 'Keer om!' roept Hij, 'die ellendige hobbelige maatschappij, vol oneffenheden en gaten wacht op jou. Maak jij een weg, wordt wegbereider voor je medemensen.'
Zo helpt hij, als een soort van 'verloskundige', mensen de wereld in met een roeping. Hij dompelt ze onder in het woord van God. 'Doe als ik: ga de weg van God.' En wat is dan wel die 'weg van God'? God komt naar de mensen toe. God houdt zoveel van mensen, dat Hij bij hen wil zijn, dat Hij zélf een mens wil worden.
Het beeld van de weg die wij hebben te gaan, is heel oud. Talloos zijn de uitdrukkingen: Wij zijn mensen onderweg, we spreken over onze levensweg, we gaan onze eigen weg, we zullen wel eens ergens op af gaan, gaandeweg ontdekken wij ons leven, etc. Rusteloos zijn we, trekkers en pelgrims. We zoeken vaak niet de gemakkelijkste weg: als we ergens niet overeen kunnen komen, kruipen we er onderdoor.
Volk van de weg, dat zich een weg baant, verder komt, maar nooit daar is, nooit gearriveerd. Als we bij de pakken gaan neerzitten, deugt het niet.
Johannes spreekt onvervaard over 'de weg van God', als onze weg. En de weg van God leidt naar de mensen toe, onherroepelijk. God heeft gekozen voor mensen. Naar hen wil Hij toegaan. In hen wil Hij opgaan. God zal zijn levenslot verbinden met dat van mensen. Hij wil zélf mens-worden. Hij wil ervaren wat het is: mens te zijn, arme mens, berooide mens, ontrechte mens, uitgebuite mens, lijdende mens, ter dood gebrachte mens. God wil/aan den lijve' ondervinden, hoe het is, op aarde te komen, en niet erkend te worden, een vreemdeling te blijven, levenslang onbegrepen.
Die weg naar mensen maakt van vreemdelingen vrienden. Die weg vormt gemeenschap.
Deze weg die God gaat, de weg van de menswording, is de enige weg, die ook in onze tijd ergens toe leidt. Wij zullen ons - in Gods naam - niet langer afzetten tegen elkaar, buitenlanders in onze samenleving niet buitenzetten. Wij zullen - in Gods naam - niet langer vreemdgaan, elkaar ontrouw zijn, maar broeders en zusters worden.
'Vrienden en huisgenoten van God worden', zegt Paulus. Dat is de weg, die wij hebben te gaan. Onze advent is voorlopig nog niet afgelopen, Johannes, Jezus, jij, ik, niet geboren voor gemakkelijk leven, maar om met inzicht en goede wil in die wereld geboren te worden, aan te pakken. Jezelf als eerste en dan het stukje wereld, dat jou gegeven is.