Wie goed doet, heeft de glans van een engel. “Dikwijls ontmoet ik mensen, van wie ik denk dat zij enkel maar hun vleugels hebben afgelegd” (Maria Kaminski).

Al meer dan 20 jaar mag ik elke ochtend eucharistie vieren in de zustergemeenschap van Caritas/ Karus-Melle. Bij de voorbeden worden telkens intenties aangereikt, meestal op suggestie van de Interdiocesane Commissie voor Liturgische Zielzorg.

Op een dag was ik blij verrast er een intentie te horen “voor de verpleegkundigen van het Wit-Gele Kruis en voor alle betrokkenen bij de thuiszorg.” Het was op 2 oktober, feest van de Engelbewaarder. De viering kreeg dit passend openingswoord:

Op de weg door de woestijn van het leven
wil God zijn kinderen beschermen en leiden.
Iedereen die op zijn tocht Gods gelaat weerspiegelt,
kan een engel zijn in menselijke gedaante.

Op dit feest van de heilig engelbewaarders gedenken we

dat God waakt over ons en voor ons zorgt.

Engelen hebben weer succes. Ze zitten verankerd in ons collectieve geheugen. "De mens heeft een gevolg voor en achter zich die hem op God' s bevel bewaken" (Koran 13:11).

Wanneer we rondkijken, zien we in monumenten en op gebouwen afbeeldingen van engelen. Een rechter in Parijs heeft daarvoor oog. Hij beweert dat in de lichtstad 20.000 plekken zijn met een afbeelding van een engel.

Er hangt een engel, al is hij/zij niet van de schoonste, boven de vele reizigers die dagelijks het centraal station van Zürich in en uitgaan.

Er is de lachende engel aan de kathedraal van Reims.

En de zwevende engel van de kunstenaar Barlach in de Antoniterkerk in Keulen bedoeld als grafmonument voor de slachtoffers van de wereldoorlogen.

En de vele kleine engeltjes als Hummelfiguurtjes op kast of schouw.

Op de kerstkaartjes hebben engelen hun plaats.  Op een wenskaart stond deze zin: “Gisterenavond heb ik een engel naar jou gezonden en hem gezegd dat hij over jou moest waken. Die engel keerde terug bij zijn opdrachtgever. Deze vroeg waarom hij was teruggekeerd. De engel antwoordde: engelen beschermen geen andere engelen.”

Wij zijn geen engelen, maar mensen van vlees en bloed, met gaven en gebreken. We zijn dankbaar wanneer iemand met ons meegaat en wanneer we zelf voor anderen teken van nabijheid mogen zijn.

Ze blijven welkom Gods engelen onder ons. Hun nabijheid ontslaat ons niet van onze verantwoordelijkheid. “Fahre nie schneller, als Dein Schutzengel fliegen kann! „  „Rijd niet vlugger als uw bewaarengel vliegen kan.”

Engelen zijn boodschappers en begeleiders. We kunnen ze in levenden lijve ontmoeten, waar ze mensen begeleiden, troosten, begrijpen. Ik stuurde deze korte bezinning over engelen door naar het tijdschrift van het Witgele Kruis Een vrouw uit West-Vlaanderen reageerde met een brief. Ze schreef: „Mijn man is plots overleden op 23 augustus (bijna 84 jaar). Het was zijn verjaardag op 2 oktober. Ik mis hem verschrikkelijk na vijftig jaar harmonieus en gelukkig huwelijk. Ik praat met hem zoals voorheen, maar je krijgt geen antwoord… of toch maar op een andere wijze. Hij zei altijd: „Gij zijt mijn engel “, waarop ik steevast antwoord gaf: ‚Ja, maar wel één van vlees en bloed.“ Voor zijn verjaardag heb ik gevraagd of hij mij een engel van troost kon zenden. En wat krijg ik ‘s morgens bij de post het artikel „Hij zal zijn engelen zenden. “Het heeft mij inderdaad getroost en ik zal het nog dikwijls nalezen op moeilijke momenten. Naïef, neen .. wel gelovig! Mijn oprechte dank daarvoor.“

We kunnen voor elkaar de engel van troost zijn, de engel die bijstaat. Terwijl leeftijdsgenoten heel actief zijn, leven andere jongeren met beperkingen. Ze mogen hier in de psychiatrie ervaren dat de engel Rafael, reisgenoot van Tobia, met hen meegaat en bijdraagt tot rehabilitatie.

Marcella was een zeer vertrouwd gezicht op de campus. Ze zong graag tijdens een viering. Vaak ging het over de engelbewaarder.

Engel Gods tot mij gedreven,

Tot een gids naar ’t eeuwig leven,

Gij die ziet Gods aangezicht,

Help mij bidden in uw licht.

Kniel, mijn engel, en bid nu mede.

Offer God mijn kinderbede.

Fluister mij een heilzaam woord,

Als de duivel mij bekoort.

Waak en houd mij nachtelijk tegen

Als ik insla kwade wegen.

Leid mij langs de rechte baan.

Help mij naar de hemel gaan,

Saam met Jezus en zijn moeder

En met U, mijn hemelbroeder.

In onze nogal grimmige tijd hopen velen op een engel van mildheid. En op de vele plekken waar oorlog en opstand heerst, wachten mensen op de engel van de vrede.