Nieuwjaarsdag 2007 Nieuwe kansen

Nog niet gepubliceerd
×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Ik heb altijd een eigenaardig gevoel op de nieuwjaarsmorgen:
alles is zo mooi en zo pril.
Zeker, op de straten is het één grote troep
-excuseer de uitdrukking-
maar toch: alles is nieuw:
zou het dit jaar anders worden op de aarde
en staat er niet geschreven:
ZIE IK MAAK ALLES NIEUW.

Een beetje argeloos lopen wij zo
met die idee het nieuwe jaar in.

Net als de herders waar het evangelie over vertelt.
die de blijde boodschap van de vrede op aarde
rond een kind dat ze hebben mogen zien, gaan vertellen.

Zij waren argeloos maar hebben iets goeds gezien:
een nieuw begin van Godswege dat gemaakt is.
Een nieuw begin met de zijnen,
met zijn oude getrouwden in Israël.

De evangelist Lucas is de enige
die ons vele verhalen vertelt
over Jesus als trouwe zoon van het oude Israël.
Hij vertelt ons als enige
dat Jesus op de achtste dag,
de oktaafdag van kerstmis
-en dat is het vandaag- besneden is.

Een feit waar wij als christenen
nooit goed raad mee geweten hebben.
Daarom veranderde men de naam van het feest
van besnijdenis des Heren in
'feest van de zoete naam'
later: dag van de vrede
en weer later: dag ter ere van het moederschap van Maria.
Men heeft kennelijk
nooit goed raad geweten met Jesus' opname in het joodse volk
waar de besnijdenis het teken van was
en daarom is die maar gauw weggemoffeld.

Maar gelukkig:
het oude evangelie van het feest van 's Heren besnijdenis
is gebleven en daarin horen we dat Jesus wordt besneden
op de achtste dag.

Het gaat daarbij om heel de mens,
ook de oren, de lippen en het hart zullen
-zeggen de profeten en Paulus spreekt hen na-
besneden moeten worden in geestelijke zin.
Het verbond kent geen splijting van de mens
in een hoger en een lager deel. Heel de mens is van God.

De eerste schriftlezing van vandaag was uit het boek Numeri,
ook wel 'in de woestijn' genoemd.

Daarin klonk een prachtige zegenspreuk.
Een opklimmende reeks van drie zegeningen.

In het ziekenhuis vroeg een mevrouw mij:
'kunt u mij de zegen geven maar dan niet zo'n korte
maar die mooie, die lange, die van Aäron. En ze bedoelde deze.

De naam van God, de Enige, IK ZAL BIJ U ZIJN klinkt al in de aanhef.
Israëls heilige is in alle zegenspreuken aanwezig.

Bij die God zijn wij veilig:
van die God zeggen we:
Moge de Heer u zegenen en behoeden.
Zegenen en behoeden: dat wil Hij,
zegenen, op de plaats waar jij staat bevestigen
opdat je daar goed aan de gang gaat
-we zullen in het nieuwe jaar weer
veel worden gezegend hier in de kerk-.
Zegenen en behoeden
want Hij wil zijn mensen beschermen en bewaren,
daarvan getuigt heel de schrift.

De tweede regel luidt:
Moge de Heer de glans van zijn gelaat over u spreiden
en u genadig zijn:
de gelovige mag zich aanvaard weten,
hij mag zich koesteren in de zon van Gods genade.

En de laatste zegenspreuk gaat over onze gezamenlijke toekomstdroom:
Moge de Heer zijn gelaat naar u toekeren
U ZIJN VREDE SCHENKEN !

Zijn vrede, de Sjalom,
de vrede waar wij allen zo hartstochtelijk naar verlangen
en om smeken
en- als het goed is- onze eigen bijdrage aan leveren.

Jesus zelf heeft die zegen vaak gehoord.

Bij zijn besnijdenis is die zegen over Hem uitgeroepen.
Hij is, gezegend en al, op weg gegaan.

Hij is op eigen benen zelf die weg gegaan
van trouw aan God en de mensen
en heeft iets van die God uitgestraald naar ons toe.
Hij is de aanvoerder van allen
die op weg willen gaan met God
en die Hem willen dienen en aanbidden.

Het ging om een kennelijk voor anderen hinderlijke
in de ogen van velen onuitstaanbare trouw
aan de Wet van Mozes:
Gods programma van Sjalom en Gerechtigheid
tot het uiterste toe.

Zijn keuze was er een voor solidariteit met de armen en de weerloze;
zijn verkondiging was een kritische verkondiging aan het adres van de rijken,
zijn manier van leven was een aanklacht
tegen alles wat zich breed maakt ten koste van anderen.

Er zal iedere dag weer -als het goed is-
een nieuw begin gemaakt moeten worden
door de individuele mens die door God geroepen wordt
zijn bijdrage te leveren aan Gods nieuwe wereld
waar ZIJN ECHTE SJALOOM zal wonen.

 

Gezegden verbergen niet altijd wijsheid.
'Het zal mijn tijd wel uitduren',
'alles is zoals het is',
'leer mij de mensen kennen'.

De Bijbel verkondigt echter
dat God steeds opnieuw met iedere mens geschiedenis maakt.

Jesaja zegt aan het einde van zijn boek
(het staat in het 65e hoofdstuk):
‘Ik' zegt God ‘wil iets nieuws met jullie beginnen
ja het is al begonnen, zie je het niet.'

Nieuwe beginnen worden gemaakt.
Door de Nederlandse Moslims,
en ik vind het van belang dat duidelijk te signaleren
bij het offerfeest.
Het is de gewoonte dat je het goede dat je geniet verdeelt:
het gaat om het te offeren schaap
een derde voor je zelf, een derde voor buren en familie
en een derde voor de armen.
Tot voor kort ging dat laatste derde deel
altijd ook naar de familie in Turkije.
Maar nu werken ze samen met Cordaid,
een katholieke caritasorganisatie,
en nu wordt dat laatste derde deel
ter beschikking gesteld van de voedselbanken in Nederland:
voor de armen hier, hun nieuwe vaderland
en nu helpen ze ons Hollanders
bij de bestrijding van de armoede hier.

In het nieuwe jaar is God de God van de nieuwe kansen
maar Hij verwacht ook dat wij uitkijken naar de nieuwe dingen die gebeuren
naar Zijn programma van liefde en vrede.
En programma dat durf vraagt en inzet van de hele mens.

Hij is iets nieuws begonnen, zie je het niet?

God sterke ons om dat nieuwe begin mee te helpen maken,
iedere dag opnieuw. AMEN.